januari-februari 2020

cursus door Martijn Pieters

 

op vijf woensdagmiddagen, 14.00-16.00 uur

in de Doopsgezinde Vermaning, Jan Nieuwenhuyzenplein 4 in Edam

 

‘IMITATIO’ – ‘EMULATIO’ – ‘INSPIRATIO’

Origineel of kopie? Inspiratie of plagiaat?

Over navolging en inspiratie in de kunsten door de eeuwen heen

Sinds de 19de eeuw geldt steeds meer het idee dat kunst origineel en de kunstenaar authentiek moet zijn. Het gevaar van plagiaat ligt op de loer en zo lang iets nieuw is kan er een hoop. Daarnaast wordt er veel meer waarde gehecht aan een werk wanneer dat eigenhandig, van de meester zelf is en minder wanneer dat door een medewerker is uitgevoerd. Terwijl dat onderscheid in de vroegere tijden niet gemaakt werd. Deze originaliteitscultus is eigenlijk opmerkelijk omdat er in de geschiedenis van de westerse kunst juist om verschillende redenen steeds teruggegrepen werd op vroegere voorbeelden. Eenvoudigweg omdat iets niet te overtreffen was, maar soms ook omdat de voorstelling en compositie binnen een religieuze context een heilige status hadden. In andere gevallen omdat het eenvoudigweg commercieel aantrekkelijk was om meer exemplaren van een bepaalde voorstelling te maken. Soms laat de inspiratie en navolging een tijd op zich wachten. Zo werden pas in de 19de eeuw de haast expressionistische late stijl van Rembrandt en de schetsmatige stijl van Frans Hals herontdekt. Hun stijlen en werkwijze pasten prima in de opvattingen van de toenmalige avant-garde, de impressionisten. Maar ook in het postmodernisme van de late 20ste en 21ste eeuw wordt er weer open en bloot teruggegrepen op en verwezen naar voorbeelden uit het verleden van de kunst. In vijf lezingen wordt langs de lijnen van de kunstgeschiedenis nu eens niet gekeken naar vernieuwing of het radicaal breken met het verleden, maar juist naar het navolgen van het verleden en de invloed die kunstenaars of stromingen hadden op anderen. Met veel verrassingen!



Kosten:  leden € 60,=  en  niet-leden € 70,=

U kunt zich vóór 1 januari 2020 opgeven voor deze cursus:

annekevanoverbeek@gmail.com   of    0299-371536



22 januari 2020

Grieken, Romeinen en christenen

De kunst van de oude Grieken uit de 5de eeuw voor Christus vormt de basis voor de westerse kunstgeschiedenis. In golfbewegingen is de invloed van de architectuur en sculptuur zichtbaar in de latere eeuwen. In de 5de eeuw voor Christus bereiken de Grieken de perfectie in de weergave van de menselijke anatomie, wat haar begin heeft in de zgn. Kritios-jongen. Polykleitos schreef zijn Canon over de ideale proporties in de weergave van het menselijk lichaam, wat hij met het beeld van de speerdrager visualiseerde. De Romeinen, die op verschillende manieren in aanraking kwamen met de Griekse beeldhouwkunst en architectuur, namen deze stijlkenmerken over en kopieerden die in vele exemplaren de beelden. Via deze kopieën van de Venus Pudica, de Torso Belvedere, de Laocoön-groep en andere beelden die in deze lezing voorbij komen, zijn de Griekse voorbeelden bekend gebleven. Toen de Romeinse kopieën in de latere middeleeuwen en de renaissance weer werden teruggevonden, zorgden ze opnieuw voor inspiratie. In de laat-romeinse tijd groeit het christendom steeds meer uit tot een grote religie. Voor hun beeldtaal hoeven de christenen niet ver te zoeken: ze lenen die gewoon bij de Romeinen.

 

Foto: Capitolijnse Venus

 

29 januari 2020 

De Vlaamse Primitieven en de renaissance.

Uitwisseling tussen noord, zuid en oost in de 15de eeuw

In de middeleeuwen functioneerde kunst vooral binnen de liturgie en devotie. Daarom was de vraag naar panelen met gangbare voorstellingen als Maria met kind of het Ware gelaat van Christus zeer groot. Ze werden dan ook op haast mechanische wijze gemaakt. Maar ook het portret wordt steeds belangrijker. De Vlaamse Primitieven uit de 15de eeuw introduceren een nieuwe compositie met een levensechte weergave van de uitgebeelde persoon. Dit maakt grote indruk op de Italiaanse schilders, die elementen van de Vlaamse schilders overnemen en verwerken in hun kunst. Maar ook andere composities of gedeelten daarvan vinden hun weg naar Italiaanse altaarstukken Aan de andere kant is de ontdekking van het perspectief en de correcte weergave daarvan in de Italiaanse kunst een revolutie geweest, die ook haar neerslag vindt in de Vlaamse kunst. Maar ook naar het oosten van het toenmalige Europa vonden de nieuwe voorstellingen hun weg.

Foto: Sandro Botticelli, de geboorte van Venus

                                                             

 

5 februari 2020

Kunst voor iedereen, de 16de en 17de eeuw

Ook in de 16de en 17de eeuw blijft de wederzijdse beïnvloeding van kunstenaars in Europa groot. De prentkunst wordt een belangrijk medium, wat de verspreiding van nieuwe motieven en composities vergroot en versnelt. Zo worden de houtsneden en gravures van noordelijke kunstenaars als Lucas van Leyden en Albrecht Dürer in heel Europa gebruikt en worden de makers ook steeds beroemder. Maar ook de bizarre beeldtaal van Hiëronymus Bosch blijft tot ver na zijn dood in 1516 geliefd en door vele schilders in allerlei variaties gebuikt, vooral in Antwerpen.

In de 17de eeuw ontwikkelen Rembrandt van Rijn en Frans Hals steeds meer een eigen stijl, met als kenmerk een heel plastisch en schetsmatig uiterlijk. Dit is een tijdlang zeer populair, maar de kunstenaars krijgen wel steeds meer te maken met een veranderende smaak van het kunstkopende publiek. Als gevolg daarvan raken sommige kunstenaars in de vergetelheid, om later weer opnieuw ontdekt te  worden. Weer anderen houden de veranderende smaak goed in de gaten, om zich die snel eigen te maken. Als voorbeeld hiervoor geldt het Caravaggisme, dat in heel Europa verspreid raakt.

Foto: Jan Lieven, de jonge kunstenaar

 

12 februari 2020 

De goede smaak: de 18de en 19de eeuw

Na de decadentie van de barok, de rijkdom van de Kerk en de absolutistische vorstenhuizen van de 17de eeuw verandert er in de 18de eeuw een hoop in de samenleving. In de kunsten is een doelbewuste herleving van de stijl van de antieke kunsten een uiting daarvan; het neo-classicisme wordt lange tijd de norm, in Italië door beeldhouwers als Canova en Thorvaldsen belichaamd. In Engeland zullen de gebroeders Adam, na een Grand Tour door Europa, de herenhuizen van de Engelse elite in een antieke stijl renoveren, zowel in het interieur als in het exterieur. De bewoners van deze huizen laten zich graag in antieke poses portretteren om hun klasse te onderstrepen.

Anderzijds waren er ook kunstenaars die vonden dat het sinds de late Middeleeuwen bergafwaarts was gegaan met de kunsten. Zij gaven de voorkeur aan de Vlaamse Primitieven en de Oud Duitse schilderkunst van Holbein, Dürer en Cranach. Ze verenigden zich in broederschappen als de Nazareners in Duitsland en de Pre-Rafaëlieten in Engeland. Kerken worden weer gebouwd in de gotische stijl van de middeleeuwse kathedralen en landhuizen worden voorzien van kantelen en torens om de illusie van een middeleeuws voorouderlijk kasteel te geven.                     

Foto: Antonio Canova, Venus Italica

 

26 februari 2020 

Oud en nieuw: de late 19de eeuw, modernisme en postmodernisme

De avant-garde van de 19de eeuw herontdekt de pioniers van weleer, terwijl de gearriveerde schilders trouw de klassieken blijven navolgen. De avant-garde zal zich in het modernisme van de 20ste eeuw bewust steeds meer verwijderen van de tradities. Originaliteit, daar draait het om, het toepassen van nieuwe media en materialen. In de reactie daar weer op, het postmodernisme vanaf de jaren tachtig van de 20ste eeuw, is het teruggrijpen op het verleden weer geen enkel probleem. Zelfs de avant-garde uit het begin van de eeuw zorgt weer voor inspiratie en navolging.

Succesvolle figuratieve schilders van nu, zoals de Duitse Michael Triegel en de Nederlandse Henk Helmantel, brengen in hun eigen kunst als het ware een ode aan hun voorbeelden en inspiratie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto: Michael Triegel, Renaissance