Woensdag 16 februari 2022 lezing door Victor Brilleman

in samenwerking met de Stichting Joods Verleden

deel 1

De voormalige Joodse Gemeente van Edam (1779-1886) en
de ontsluiting van het Protokolboek of Gedenkboek

Bij de vestiging van Portugese en ook later Hoogduitse Joden in de Republiek eind 16e en begin 17e eeuw krijgt Samuel Abrahamsz in 1641 toestemming zich voor een half jaar in Edam te vestigen. Pas in de achttiende eeuw worden mondjesmaat Joden in Edam toegelaten en dat heeft alles te maken met burgerlijke protesten tegen de Joodse aanwezigheid, waarbij angst voor concurrentie in de handel “door Jooden en vreemdelingen” een grote rol speelde. Vanaf 1779 was er sprake van een groeiende Joodse gemeente en een register uit het poorterboek uit 1797 maakt melding van vijftien gezinnen met in totaal 77 personen. Net zoals bij andere Joodse gemeenten was er behoefte aan huiskamerbijeenkomsten voor het houden van godsdienst-oefeningen en een plaats voor het begraven van overledenen. Zo verrees in 1791 aan ‘t Noorderagterom een synagoge die tot 1886 dienst heeft gedaan.*  In dat jaar werd de Joodse Gemeente Edam ontbonden en bij die van Monnickendam gevoegd. De begraafplaats aan het Oorgat dateert uit 1793. Ook was er een

schoollokaal en een kerkelijk bad (mikwe).                                                                                                                                     

Het Protokol of Gedenkboek is bewaard gebleven; gerestaureerd en gedigitaliseerd. Dankzij de transcriptie en vertaling van het Hebreeuwse tekstdeel biedt het boek belangrijke informatie over het wel en wee van deze Joodse gemeente met hun interne en externe contacten. Het Waterlands Archief beheert de inventaris van de voormalige Nederlands-Israëlitische Gemeente Edam (1779-1888).

deel 2

De Portugees – Israëlitische Gemeente  (PIG) te Amsterdam                           en de Esnoga (Snoge)

Eind 16e eeuw, maar vooral vanaf het begin van de 17e eeuw komen Portugese Joden naar Amsterdam. Wat kwamen zij daar doen en waarom was hun verblijf veel langduriger dan bij andere nieuwkomers die het zich snel economisch ontwikkelende Amsterdam als vestiging-splaats kozen? Hoe zit het met de naam Sefardiem die aan de Portugese Joden werd gegeven? Is die naam feitelijk juist? Waarom kwamen er geen Spaanse Joden naar de Republiek? Hoe organiseerden zij zich en hoe tolerant waren de stedelijke overheid van Amsterdam en de bevolking? Hoe was de verhouding met de niet-Joodse omgeving? En de relatie met het Huis van Oranje? Hoe religieus waren deze Joden? Wat was de reden dat er rond 1619 drie kleine Portugees-Joodse gemeenten waren en waarom werd in 1639 het besluit genomen tot de oprichting van de gemeente Talmud-Torah? Hoe verhielden Portugese Joden zich tot hun Hoogduitse broeders, die zich na 1620 in de Republiek vestigden en vooral in Amsterdam. In welk opzicht organiseerde de Portugese gemeente zich en was de grote synagoge die in 1675 werd geopend de eerste in Amsterdam of waren er voor die tijd al synagogen? Waarom werd er niet samen met Hoogduitse Joden één gemeente met één synagoge opgericht? Het zijn allemaal vragen die nadere uitleg verdienen en wellicht kunnen deze vragen niet allemaal in de lezing beantwoord worden.



Dan is er op donderdag 21 april 2022 tijdens de rondleiding in de Portugese Synagoge (Snoge) nog uitgebreid tijd hierop nader in te gaan.

Tijd:     20.00 uur
Plaats:  Kerkgebouw De Swaen, Voorhaven 135, Edam